Op vakantie-rondreizen.nl laat ik graag de reis-ondernemers áchter de diverse reisorganisaties aan het woord. Als 79ste in deze serie van interviews is het de beurt aan Manuela Talana van Low Carbon Travels. Haar reisorganisatie is gespecialiseerd in duurzamere (trein)rondreizen door diverse regio’s van Italië.
Bedankt Manuela dat je de moeite wilt nemen enkele vragen te beantwoorden voor Vakantie-Rondreizen.nl. Zou je in een paar zinnen kunnen beschrijven wat voor een soort reizen jouw reisorganisatie aanbiedt en wat je doelgroep is?
Low Carbon Travels is een Nederlandse reisorganisatie voor mensen die comfortabel en bijzonder willen reizen, maar daarbij bewustere keuzes willen maken. We combineren internationale treinreizen met een elektrische huurauto op de bestemming, bijzondere kleinschalige accommodaties en authentieke activiteiten.
Het gaat ons nadrukkelijk niet alleen om de manier waarop iemand van A naar B komt. We kijken naar de hele reis. Hoe kom je er, waar verblijf je, waar kun je laden, welke lokale activiteiten kun je bezoeken en hoe kun je een bestemming op een mooie en respectvolle manier beleven?
Onze doelgroep is daarom heel breed qua leeftijd, maar heeft meestal dezelfde mentaliteit: mensen die kwaliteit, comfort, authenticiteit en persoonlijke service belangrijk vinden en die hun vakantie graag iets bewuster willen maken zonder het gevoel te hebben dat ze op vakantie moeten inleveren qua comfort, beleving en service.

Ik las op jullie site dat jouw Sardijnse roots en een specifieke laadpaal in 2018 bij het prachtige Villa Trigona op Sicilië de vonk vormden. Hoe ben je vanuit die ontmoeting met de eigenaar en het ‘Donna Sicilia’ project op het idee gekomen te starten met Low Carbon Travels?
Dat moment bij Villa Trigona is inderdaad het begin geweest. Ik ben geboren en opgegroeid op Sardinië en Italië heeft daardoor altijd een heel persoonlijke betekenis voor mij gehad. In 2018 was ik bij Villa Trigona, in het hart van Sicilie, zag ik iets wat ik daar op dat moment totaal niet verwachtte: een laadpaal voor een elektrische auto.
Ik raakte nieuwsgierig en ben met de eigenaar gaan praten. Hij vertelde mij over Donna Sicilia, een project van Tommaso Dragotto, eigenaar van autoverhuurder Sicily by Car, waarbij historische Siciliaanse accommodaties en elektrische mobiliteit met elkaar werden verbonden.
Wat mij vooral trof, was dat duurzaamheid hier helemaal niet tegenover luxe of authenticiteit stond. Je kon slapen op een prachtige historische plek, lokale producten eten, de familie achter het verblijf leren kennen en tegelijkertijd elektrisch – en dus duurzamer – door Sicilië rijden.
Ik dacht toen: waarom bestaat dit nog niet als compleet reisconcept voor de Nederlandse markt? Als ik eraan terugdenk is het echt zo een eureka moment geweest! Dat was voor mij de aanleiding om contact te zoeken met Sicily by Car en het Donna Sicilia-project. Daaruit is uiteindelijk Low Carbon Travels ontstaan. Wat begon met Sicilië is later uitgebreid naar andere Italiaanse regio’s en naar ons Train&Drive concept zoals je die vandaag kent.


De naam Low Carbon Travels dekt natuurlijk perfect jullie missie, maar hoe ben je exact op deze naam gekomen voor de Nederlandse markt?
Ik wilde vanaf het begin een naam die duidelijk maakte waar we voor staan, maar die niet beweerde dat reizen helemaal zonder impact kan. Dat bestaat natuurlijk niet.
‘Low Carbon’ vond ik daarom precies passen. Het gaat om het voortdurend zoeken naar mogelijkheden om de impact van een reis te verlagen: door anders te reizen, bewuste accommodaties te kiezen, elektrisch te rijden en lokale economie en cultuur te ondersteunen. ‘Travels’ geeft bovendien ruimte. Ik wilde niet alleen een bedrijf rond treinreizen of alleen rond Italië bouwen. De naam moest ook passen bij toekomstige bestemmingen en andere vormen van bewust reizen.
Voor mij gaat Low Carbon Travels uiteindelijk trouwens over meer dan alleen CO2. Het gaat ook over hoe je omgaat met natuur, erfgoed, lokale ondernemers en de mensen die op een bestemming wonen.


Jullie focussen sterk op ‘duurzame luxe’ met internationale treinreizen, elektrische huurauto’s via unieke samenwerkingen (zoals met Sicily by Car) en historische eco-accommodaties. Op welke manier onderscheidt Low Carbon Travels zich hiermee nog meer van andere reisorganisaties voor jouw doelgroep?
Voor mij zit het grootste verschil erin dat duurzaamheid bij ons geen extra vinkje is. Het zit vanaf de geboorte van Low Carbon Travels in het ontwerp van de hele reis en eigenlijk in ons DNA. We zijn niet een touroperator die al jaren bestond en op een gegeven moment dacht: we moeten nu ook maar wat duurzamere producten gaan aanbieden. Het is juist vanaf het begin de basis geweest van hoe wij onze reizen samenstellen.
We zoeken dus niet eerst een mooi hotel en zetten daar vervolgens een elektrische auto naast. We kijken naar het hele traject. Hoe kom je er? Welke route past bij de reis? Waar kun je laden? Welke accommodatie heeft karakter en past bij de omgeving? En welke activiteiten brengen je echt in contact met de streek?
Daarnaast is persoonlijk contact voor ons heel belangrijk. We willen weten wat iemand zelf prettig vindt. De ene reiziger wil veel cultuur en gastronomie, de andere juist natuur en rust. Een reis moet persoonlijk afgestemd zijn.
En dat persoonlijke contact geldt niet alleen voor onze klanten, maar ook voor de leveranciers en partners met wie we werken. Langdurige relaties zijn voor ons cruciaal. We willen onze partners echt kennen en weten waar zij voor staan. Dat is ook een belangrijke reden waarom we niet zomaar alles aanbieden en geen ontelbaar aantal bestemmingen hebben. Zo’n bijzonder en persoonlijk samengesteld product kun je niet eenvoudig met een ‘copy-paste’-model opschalen.
En misschien nog belangrijker: ik wil dat een klant na afloop zegt: ‘Wat een geweldige vakantie.’ Niet: ‘Het was een duurzame vakantie, dus we hebben een aantal dingen moeten missen.’ Duurzaamheid moet de reis juist interessanter maken. Het moet ervoor zorgen dat je anders kijkt, meer ontdekt en misschien wel dichter bij een bestemming en de mensen die er wonen komt..

Hoe ziet een gemiddelde dag er uit tijdens een van je reizen? (denk aan het ontbijt met streekproducten, het reizen met de elektrische auto, bijzondere eco-excursies, opladen bij de accommodatie, diner, enz.)
Een gemiddelde dag begint bij ons eigenlijk al vóórdat je op de bestemming bent. De reis begint met een mooie treinreis door Europa. Je ziet het landschap onderweg voortdurend veranderen: van Nederland en België, door Duitsland, Zwitserland, Oostenrijk of Frankrijk richting Italië. Die afwisseling van landschappen, steden en culturen maakt je er weer even bewust van hoe bijzonder en veelzijdig Europa eigenlijk is. Je reist ontspannen, zonder zelf te hoeven rijden, en je ziet het continent letterlijk aan je voorbijtrekken.
Eenmaal op de bestemming aangekomen, begint een heel ander ritme. Je verblijft op bijzondere plekken met karakter, vaak kleinschalig en midden in het landschap. De dag kan beginnen met een heerlijk ontbijt met lokale producten. Geen enorm internationaal buffet, maar bijvoorbeeld vers brood, fruit, gebak, olijfolie en specialiteiten uit de streek.
Daarna stap je in de elektrische auto en ga je op pad. We geven natuurlijk suggesties voor mooie routes en bijzondere plekken, maar ook voor kleinere dorpen, markten, natuurgebieden en lokale adressen. We vinden het juist leuk om niet iedere minuut in te vullen. Er moet ruimte zijn om onderweg ergens te stoppen omdat je een mooi uitzicht ziet, een dorpje ontdekt of gewoon zin hebt om ergens een koffie te drinken.
Op sommige dagen plannen we een bijzondere ervaring, zoals een kookworkshop, een wijnproeverij, een wandeling met een lokale gids of een bezoek aan een producent. Andere dagen zijn juist bewust wat vrijer.
En aan het einde van de dag kom je terug bij je accommodatie. De auto kan daar laden terwijl je zelf geniet van een aperitivo, een duik neemt in het zwembad of rustig gaat eten. Laden is daardoor geen aparte activiteit die je vakantie onderbreekt. De auto staat bij je verblijf en de volgende ochtend kun je gewoon weer vertrekken.
En natuurlijk hoort daar die Italiaanse avond bij: goed eten, een mooie omgeving en vooral geen haast. Dat vind ik misschien wel het mooiste aan dit soort reizen: de manier waarop je onderweg langzaam overschakelt van het tempo van thuis naar het ritme van de bestemming..

Als je geïnteresseerde reizigers slechts 1 van je reizen zou kunnen aanbevelen, welke zou dat dan zijn en waarom specifiek die reis?
Als ik echt maar één reis mag kiezen, zou ik een reis door Sicilië kiezen, omdat daar voor mij het hele verhaal van Low Carbon Travels samenkomt. Sicilië is persoonlijk voor mij belangrijk, omdat daar in 2018 de vonk ontstond. En de reis ernaartoe heeft al iets bijzonders. In Zuid-Italië rijdt de trein namelijk letterlijk de ferry op om de Straat van Messina over te steken. Je zit dus gewoon in de trein terwijl die met de ferry van Calabrië naar Sicilië vaart. Dat is een spectaculaire en heel bijzondere ervaring, en eigenlijk meteen een prachtige introductie op het eiland.
Eenmaal op Sicilië komt alles samen wat ik in een reis zoek: een enorme geschiedenis, indrukwekkende natuur, gastronomie, wijn, zee, bergen en vooral heel veel karakter.

Tegelijkertijd is Sicilië een bestemming die je gemakkelijk oppervlakkig kunt beleven. Je kunt de bekende plekken afvinken, maar daarmee mis je juist een groot deel van het eiland. Wij proberen reizigers ook het binnenland in te brengen, naar historische accommodaties, kleine dorpen, lokale producenten en landschappen waar je de rust nog echt voelt.
De combinatie met elektrisch rijden past daar prachtig bij. Je reist geruisloos op een rustig tempo en de route zelf wordt onderdeel van de vakantie. Je hebt de vrijheid om onderweg mooie plekken te ontdekken en vervolgens te verblijven op accommodaties die zelf ook karakter en een verhaal hebben.
Juist die combinatie maakt deze reis voor mij zo bijzonder: een spectaculaire treinreis waarbij je met de trein de zee oversteekt, gevolgd door het ontdekken van een eiland vol geschiedenis, natuur, gastronomie en karakter. Daarom blijft Sicilië voor mij de meest persoonlijke aanbeveling.
Het reispakket door Emilia Romagna, Toscane en Le Marche volgt een groot deel van de historische Mille-Miglia route. Wat is jouw persoonlijke afweging geweest om deze beroemde route, van oudsher geassocieerd met ronkende verbrandingsmotoren, juist om te buigen naar een fluisterstille, elektrische roadtrip, en hoe reageren autoliefhebbers daarop?
Juist dat contrast vond ik interessant. De 1000 Miglia staat symbool voor klassieke auto’s, techniek en natuurlijk het geluid van motoren. Die geschiedenis wil ik helemaal niet ontkennen. Ik vind het juist interessant om dezelfde route vanuit een heel ander perspectief te beleven. Met een elektrische auto verandert de ervaring. Je rijdt vrijwel geruisloos door het landschap en daardoor krijg je veel meer aandacht voor de omgeving, de dorpen en de natuur. De route wordt geen wedstrijd, maar een roadtrip.
Wat deze reis extra bijzonder maakt, is dat we hem ieder jaar opnieuw aanpassen aan de hand van de daadwerkelijke route van de 1000 Miglia. Die verandert ieder jaar, dus ook onze reis verandert mee. Inmiddels hebben veel klanten deze reis gemaakt en de reacties zijn eigenlijk unaniem: het is een enorme belevenis. Sommige klanten waren er vorig jaar zelfs precies tijdens de officiële race en hebben de sfeer van dichtbij meegemaakt. Die is echt uniek. Ik was er zelf ook 😉.


Volgend jaar is bovendien een heel bijzonder jaar, want dan bestaat de 1000 Miglia honderd jaar. Veel klanten hebben hun reis inmiddels al geboekt en ook ik ga er weer naartoe. Deze keer neem ik mijn ouders mee, waardoor het voor mij persoonlijk zelfs een mooie familiereis wordt.
Ik zie het dus niet als een tegenstelling. De 1000 Miglia heeft een rijke autogeschiedenis en wij voegen daar eigenlijk een nieuw hoofdstuk aan toe: dezelfde liefde voor reizen, auto’s en de route, maar met de technologie van nu.
Jullie hebben exclusief voor lezers van de Il Giornale Italië Krant een 12-daagse duurzame Train&Drive naar Umbrië ontworpen, waarbij reizigers ontwaken in hartje Perugia. Hoe ervaar jij de transitie van het gehaaste Nederlandse ritme naar ‘La Dolce Vita’ als je per internationale nachttrein reist in plaats van het vliegtuig?
Dat is misschien wel mijn favoriete onderdeel van Train&Drive. De vakantie begint namelijk al wanneer je instapt. Bij vliegen is de reis vaak iets wat je zo snel mogelijk achter de rug wilt hebben. Bij de trein zie je het landschap veranderen. Nederland wordt Duitsland, vervolgens het Alpengebied en daarna Italië. Je voelt letterlijk dat je afstand aflegt.
Met een nachttrein is dat nog sterker. Je gaat ’s avonds slapen en wordt de volgende ochtend wakker in een andere omgeving. Dat past voor mij heel mooi bij de overgang van het Nederlandse tempo naar het Italiaanse ritme.
En dan stap je bijvoorbeeld in Perugia uit en ben je meteen in de stad. Je hebt niet eerst nog een transfer vanaf een luchthaven nodig.
Dat is precies waarom ik zo in Train&Drive geloof. De trein is niet alleen een alternatief voor het vliegtuig. De reis wordt onderdeel van de vakantie en helpt je om al onderweg uit de dagelijkse versnelling te komen.
Sicilië is de bakermat van jullie bedrijf en de start van de samenwerking met het Donna Sicilia project. Als reizigers de enorme intensiteit en de mix van 3000 jaar geschiedenis optimaal willen beleven, welke specifieke hoek of route op het eiland mogen ze dan volgens jou absoluut niet missen?
Ik zou juist de westkust van Sicilië aanraden. Die is veel minder bekend en daardoor vaak ook veel rustiger dan de oostkant van het eiland, terwijl je hier enorm veel verschillende lagen van Sicilië bij elkaar vindt.
Palermo mag daarbij natuurlijk niet ontbreken. Het is een intense, levendige stad waar duizenden jaren geschiedenis letterlijk door elkaar heen lopen. Maar daarna zou ik zeker verder reizen richting Trapani, Erice en Marsala.
Rond Trapani vind je bijvoorbeeld de beroemde zoutpannen, met een landschap dat weer totaal anders is. Erice ligt prachtig hoog boven de kust en combineert natuur, middeleeuwse sfeer en indrukwekkende vergezichten. En in Marsala komt dan weer de wijn en gastronomie sterk naar voren. Onderweg kom je bovendien langs archeologische plekken en natuurgebieden die veel reizigers helemaal niet kennen.
Juist dat vind ik zo mooi aan West-Sicilië. Je hebt Palermo, met al zijn geschiedenis en dynamiek, maar zodra je de stad uit bent, krijg je ruimte, natuur, kleine plaatsen, lokale producten en een enorme hoeveelheid archeologisch erfgoed. Je voelt hier ook heel sterk die mix van Griekse, Romeinse, Arabische, Normandische en Spaanse invloeden.
In de ‘hak van de laars’, Puglia, werken jullie nauw samen met Sagelio, een lokale start-up die als eerste emissievrije mobiliteit in de regio bracht. Hoe ervaar jij persoonlijk het contrast tussen het rijden in een hypermoderne EV en het overnachten in eeuwenoude, traditionele trulli of historische barokke panden in de Salento?
Ik vind dat contrast juist fantastisch. Het laat zien dat verleden en toekomst helemaal geen tegenpolen hoeven te zijn.
Je kunt wakker worden in een eeuwenoude trullo of masseria, met muren en materialen die een heel verhaal vertellen, en vervolgens in een moderne elektrische auto stappen en vrijwel geruisloos door het landschap rijden.
Voor mij is dat zelfs een mooie metafoor voor wat we met Low Carbon Travels willen doen. We willen het historische erfgoed behouden, maar toerisme moet wel blijven meegaan met de toekomst.
Een historische accommodatie krijgt betekenis doordat mensen er verblijven, de omgeving ontdekken en geld besteden bij lokale ondernemers. Tegelijkertijd kunnen moderne technologie en p.a. elektrische mobiliteit helpen om die manier van reizen toekomstbestendiger te maken. Puglia laat die combinatie heel mooi zien.

Piemonte staat wereldwijd bekend om de slow food, truffels, barolo-wijnen en indrukwekkende Alpenmeren. Wat is volgens jou de mooiste manier om de gastronomische rijkdom van deze regio te combineren met jullie focus op ‘Social Return’, zoals kookworkshops met lokale gemeenschappen?
Voor mij begint dat met eten & drinken niet alleen als consumptie te zien, maar als een manier om een streek, de mensen en hun verhalen echt te leren kennen.
Piemonte is daar bij uitstek geschikt voor. Natuurlijk zijn er de beroemde Barolo-wijnen, truffels en hazelnoten, maar juist daarachter zit een wereld van kleine lokale producenten. Denk aan een familiebedrijf waar al generaties lang wijn wordt gemaakt, een kleinschalige producent van de beroemde Piemontese hazelnoten of een truffeljager die het vak van zijn vader of grootvader heeft geleerd en nog steeds met zijn hond de bossen in trekt. Dat zijn vaak eenmanszaken of kleine familiebedrijven die met enorm veel kennis en passie werken.
Daar brengen wij onze reizigers graag mee in contact. Niet alleen een wijn proeven, maar de wijnmaker ontmoeten en horen hoe hij zijn wijngaard bewerkt. Niet alleen truffel eten, maar meegaan met een truffeljager en ontdekken hoe hij samen met zijn hond zoekt. Of bij een lokale producent zien hoe hazelnoten worden geoogst en verwerkt. Dan krijgt zo’n product ineens een gezicht en een verhaal.


Daar zit voor mij ook de link met Social Return. Als je ervoor kiest om samen te werken met kleine lokale ondernemers, blijft de opbrengst zoveel mogelijk in de regio en ondersteun je mensen die hun kennis, tradities en vakmanschap van generatie op generatie doorgeven. Je helpt daarmee niet alleen een lokale economie, maar ook het behoud van cultureel erfgoed.
Een kookworkshop kan daar natuurlijk prachtig op aansluiten, zeker wanneer die wordt verzorgd door lokale mensen of organisaties en je samen met hen aan de slag gaat met producten uit de streek. Dan proef je niet alleen Piemonte, maar leer je de mensen achter die producten kennen.
Dat vind ik uiteindelijk veel waardevoller dan alleen een mooie culinaire ervaring. Je reist ergens naartoe, ontmoet mensen, leert waar iets vandaan komt en draagt tegelijkertijd bij aan de gemeenschap die je bezoekt. Dan wordt gastronomie onderdeel van het reisverhaal zelf.
In Toscane ligt de geschiedenis letterlijk op straat en kan het toerisme intens zijn. Wat is jouw ultieme ‘insider tip’ voor Toscane om de grote massa te ontwijken en juist in harmonie met de natuur van het authentieke Italiaanse buitenleven te genieten?
Mijn belangrijkste tip is: probeer Toscane niet als een checklist te bezoeken. Florence, Siena en San Gimignano zijn natuurlijk prachtig en je moet ze zeker zien als je daar voor het eerst bent. Maar je hoeft niet iedere dag naar een bekende stad.
Kies liever een bijzondere accommodatie buiten de drukste plaatsen en maak van daaruit kleine uitstapjes. Ga vroeg op pad, neem kleinere wegen en laat ruimte voor een dorpje of restaurant dat je onderweg tegenkomt.
Het Toscaanse landschap is voor mij op zijn mooist wanneer je niet precies weet wat er na de volgende bocht komt. Een kleine borgo, een wijngaard, een oude kerk of een lokaal restaurant kan uiteindelijk veel meer indruk maken dan de zoveelste bekende bezienswaardigheid. Slow travel betekent voor mij niet dat je weinig doet. Het betekent dat je de tijd neemt om echt te kijken.
Elektrisch rondreizen en verblijven in kleinschalige historische eco-accommodaties klinkt als de perfecte droom, maar voor welk type reiziger of welke reisstijl is het concept van Low Carbon Travels absoluut níét geschikt?
Als je op vakantie vooral zo snel mogelijk zoveel mogelijk wilt zien, past Low Carbon Travels waarschijnlijk minder goed. Onze reizen zijn geen race van de ene bezienswaardigheid naar de andere. We vinden het juist belangrijk dat er tijd is voor een lange lunch, een onverwacht dorpje of een middag bij het zwembad met ene goed boek.
Ook als iemand uitsluitend in grote internationale hotelketens wil verblijven, zijn wij waarschijnlijk niet de beste match. Wij kiezen juist vaak voor kleinere accommodaties met karakter en een persoonlijk verhaal. En je moet enige flexibiliteit hebben rond treinreizen en elektrisch rijden.
Als je daarentegen comfort, vrijheid, authenticiteit en persoonlijke aandacht wilt combineren, en het leuk vindt om onderweg verrast te worden, dan past Low Carbon Travels juist heel goed!


Er bestaan veel vooroordelen over reizen in Italië en duurzaamheid, of over de haalbaarheid van een elektrische roadtrip in Zuid-Europa. Welke breed gedragen mythe of bewering over elektrisch reizen in Italië klopt volgens jou in de praktijk totaal niet?
De grootste mythe vind ik dat je in Italië met een elektrische auto voortdurend bang moet zijn dat je zonder stroom komt te staan. Dat beeld herken ik totaal niet uit onze praktijk.
Onze elektrische auto’s die we momenteel voor onze pakketten inzetten hebben allemaal minimaal zo’n 350 kilometer bereik, en de nieuwste modellen komen nog aanzienlijk verder. Maar belangrijker is misschien nog wel dat wij onze reizen helemaal niet ontwerpen als een kilometer-marathon. Je hoeft tijdens een vakantie niet iedere dag 300 kilometer te rijden.
Onze reizen zijn juist gebaseerd op Slow Travel. Je verblijft meerdere nachten op een mooie plek, ontdekt de omgeving op een rustig tempo en maakt geen enorme afstanden. Daarom is laden in de praktijk veel minder ingewikkeld dan mensen soms denken.
De accommodatie beschikt over een eigen laadpunt en de auto wordt daar tijdens het verblijf geladen. Je gaat ’s avonds terug naar je accommodatie en de volgende ochtend staat de auto weer met een volle accu klaar. Daardoor hoef je tijdens je dagprogramma vaak helemaal niet na te denken over laden.
Natuurlijk moet je een elektrische route anders voorbereiden dan met een benzineauto. Wij kijken vooraf naar de route, de afstanden, de laadmogelijkheden en vooral naar de accommodaties. Het laadnetwerk is in Italië niet overal even voorspelbaar en soms moet je gewoon wat vooruitdenken. Maar dat is precies waarom een goed ontworpen reis en onze expertise zo belangrijk zijn.


Reizen met een elektrische auto in het buitenland brengt bij sommige Nederlanders nog ‘actieradiusvrees’ met zich mee. Wat is jouw ultieme praktische tip of ‘laad-hack’ voor reizigers om tijdens jullie ritten zorgeloos en relaxt om te gaan met het opladen van de auto en het ontdekken van afgelegen dorpjes?
Mijn belangrijkste tip is eigenlijk: maak van laden geen apart onderdeel van je vakantie. Zie het als iets wat je combineert met wat je die dag toch al wilt doen.
Natuurlijk kun je ’s avonds bij je accommodatie laden, zodat je de volgende ochtend met een volle accu vertrekt. Maar overdag kun je precies hetzelfde principe toepassen. Je bepaalt eerst wat je wilt ontdekken: een mooi dorp, een bezienswaardigheid, een markt, een wijnproducent of een restaurant. Vervolgens kijk je waar je de auto daar in de buurt kunt parkeren en tegelijkertijd kunt laden.
Dan wordt laden ineens onderdeel van je dag. Je komt ergens aan, parkeert de auto bij een laadpunt, sluit hem aan en gaat zelf lekker op pad. Je bezoekt de plek waarvoor je gekomen bent, drinkt ergens een koffie, luncht of gaat een museum binnen. Tegen de tijd dat je weer bij de auto komt, heeft de auto ondertussen geladen. Je hoeft dus niet eerst terug naar je accommodatie omdat je accu leeg begint te raken en daarna nog op zoek naar een laadpunt.
Dat is volgens mij ook de beste manier om elektrisch te reizen: niet denken in ‘wanneer moet ik laden?’, maar in ‘waar wil ik vandaag naartoe en waar kan ik daar handig laden?’
En natuurlijk zou ik nooit wachten tot de batterij bijna leeg is. Een beetje marge geeft veel meer rust. Zeker als je een afgelegen dorp of een minder bekende plek wilt bezoeken, kijk je vooraf even naar de afstand en naar de mogelijkheden om onderweg of op de bestemming te laden.
Wij helpen onze reizigers daar ook bij. We kijken vooraf naar de route en de laadmogelijkheden en geven uitleg over hoe je de verschillende laadapps kunt gebruiken. Maar uiteindelijk is het juist leuk dat je tijdens de reis zelf je dag kunt indelen. Je kunt een bezienswaardigheid kiezen en tegelijkertijd kijken waar je de auto kunt parkeren en laden.
Wat is eigenlijk de beste reistijd voor een duurzame roadtrip door Italië? En verschilt die ideale periode nog, afhankelijk van of je focus ligt op het bergachtige Piemonte, of juist op de zonnige kusten van Sicilië en Puglia?
Ik ben een groot voorstander van het voor- en naseizoen. Je hebt vaak prachtig weer, minder drukte en je ervaart een bestemming veel meer zoals de lokale bevolking die zelf beleeft. Voor Piemonte zijn het late voorjaar en het najaar heel mooi. In het najaar krijg je daar natuurlijk ook de combinatie van wijn, truffels en gastronomie (maar dan is het wel echt druk hahaha).
Sicilië en Puglia hebben een veel langer seizoen. April, mei, juni en oktober zijn voor een rondreis vaak fantastisch. Je kunt dan veel doen zonder de extreme hitte van de zomer. De beste reistijd gaat voor mij dus niet alleen over temperatuur. Het gaat ook over drukte, natuur, beschikbaarheid en het ritme van de bestemming.


Als je 5 persoonlijke top-bezienswaardigheden of verborgen parels van Italië zou moeten noemen, welke zouden dat dan zijn?
Dat is natuurlijk bijna onmogelijk, want er zijn zoveel plekken in Italië waar ik een zwak voor heb. Maar als ik echt vijf persoonlijke favorieten moet noemen, dan zijn dit plekken waar ik zelf steeds weer naar terug zou willen.
1. Rome
Ja, ik weet het, ontzettend toeristisch. Maar Rome is voor mij gewoon altijd een favoriet. De Eeuwige Stad heeft zo’n enorme aantrekkingskracht dat het mij nooit verveelt. Ik kom er minstens één keer per jaar en iedere keer ontdek ik weer iets nieuws. Natuurlijk zijn de monumenten en de geschiedenis fantastisch, maar voor mij zijn het juist ook de mensen, de sfeer, het eten en het dagelijkse leven op straat die Rome zo bijzonder maken. Je kunt er blijven rondlopen en kijken en iedere keer weer het gevoel hebben dat je iets nieuws tegenkomt.
2. Monopoli in Puglia
Puglia heeft echt mijn hart gestolen en Monopoli is daar voor mij een van de mooiste plekken. Een prachtige stad aan zee, met witte huizen, kleine straatjes, goede restaurants en een heerlijk ontspannen tempo. Wat ik er zo fijn aan vind, is dat je er niet voortdurend iets hoeft te doen. Je kunt er gewoon zijn. Zelfs in de winter zou ik er met alle plezier een paar weken kunnen verblijven (heb ik gedaan!!). De temperaturen zijn dan vaak heerlijk, het is rustig en je hebt de zee en het stadse leven gewoon om je heen. Wat wil je nog meer?
3. Umbrië, en vooral Gubbio
Umbrië vind ik geweldig vanwege de natuur. Het landschap is er ruig en groen en overal liggen kleine middeleeuwse dorpen en stadjes verscholen tussen de heuvels. Het heeft iets authentieks en onaangetasts. Gubbio is daarbij een van mijn persoonlijke favorieten. Het is zo’n plek waar je door de eeuwenoude straten loopt en tegelijkertijd midden in een indrukwekkend landschap zit. Je hebt er het gevoel dat je echt even uit de drukte bent.
4. Genua
Genua vind ik een enorm onderschatte stad. Bij het grote publiek is de stad veel minder bekend dan bijvoorbeeld Rome, Florence of Venetië, terwijl er ontzettend veel te ontdekken valt. Zelfs voor Italianen voelt Genua soms een beetje als het achtergestelde broertje van de grote Italiaanse steden, terwijl het juist zo verrassend en interessant is. En het is ook nog eens een stad waar je voor de kwaliteit die je krijgt vaak heel goed uit bent.
Een mooi voorbeeld zijn de Rolli, de historische palazzi van Genua. Dat zijn indrukwekkende adellijke paleizen die tegenwoordig op allerlei manieren worden gebruikt, van tentoonstellingen tot concerten. Je loopt er doorheen en ontdekt steeds weer nieuwe lagen van de stad. Genua is voor mij zo’n plek die je verwachtingen gemakkelijk kan overtreffen.


5. Erice op Sicilië
En dan Erice. Een heel bijzondere plek boven op de berg bij Trapani. Op een heldere dag kun je vanaf daar zelfs richting Afrika kijken. De middeleeuwse straatjes met hun kinderkopjes zijn prachtig, al zou ik er inderdaad niet met mijn mooiste hakken naartoe gaan 😉.
Maar wat Erice voor mij vooral bijzonder maakt, is de kleine gemeenschap die daar leeft. Het is geen plek die alleen maar voor toeristen bestaat. Als je er wat langer blijft, word je op een gegeven moment herkend en opgenomen in het lokale leven. Juist dat contact met de mensen maakt zo’n plek voor mij bijzonder. Je komt er niet alleen om iets te bekijken, maar krijgt langzaam het gevoel dat je er even onderdeel van bent.
En misschien is dat uiteindelijk ook wat al deze plekken voor mij gemeen hebben. Het zijn niet alleen de bezienswaardigheden die mij aantrekken, maar vooral de sfeer, de mensen, het eten en het gevoel dat een plek je iets laat ervaren wat je niet zomaar ergens anders kunt vinden..
Is Italië, in combinatie met jullie comfortabele Train&Drive concept, een geschikte bestemming voor een familiereis, en zo ja voor kids van welke leeftijd? En kun je één of meerdere voorbeelden noemen van excursies of activiteiten in Italië die fantastisch zijn voor kinderen?
Zeker. Onze Train&Drives zijn juist heel geschikt voor gezinnen, omdat je de reis goed kunt aanpassen aan het tempo en de interesses van kinderen. En wat veel mensen niet weten, is dat reizen met de trein voor gezinnen ook verrassend aantrekkelijk geprijsd kan zijn. Kinderen kunnen in veel Europese landen tot een bepaalde leeftijd, afhankelijk van het land vaak tot 11, 12 of 14 jaar, gratis of tegen een sterk gereduceerd tarief met een betalende volwassene meereizen. Dat maakt een treinreis met het hele gezin ineens een stuk interessanter.
Voor jongere kinderen zou ik vooral kiezen voor minder verplaatsingen en wat langere verblijven. Vanaf een jaar of zes, zeven kan de internationale treinreis zelf al een geweldige belevenis zijn. Je zit niet urenlang stil in een auto of vliegtuig, maar reist samen door Europa en ziet het landschap voortdurend veranderen. Dat maakt de reis naar de bestemming eigenlijk al onderdeel van de vakantie.
Eenmaal aangekomen, zou ik vooral activiteiten kiezen waarbij kinderen echt iets beleven. Denk aan fietsen door de natuur, zwemmen, varen, watersport, wandelen, paardrijden, een boottocht of het ontdekken van bijzondere natuurgebieden. En natuurlijk zijn ontmoetingen met dieren altijd een enorme hit. Juist het directe contact met de natuur en de omgeving vind ik zo mooi aan dit soort reizen.
Voor gezinnen is het vooral belangrijk dat het programma niet te vol zit. Een kind heeft nu eenmaal niet dezelfde behoefte om de hele dag bezienswaardigheden te bekijken als een enthousiaste ouder. Ik vind het juist mooi als er een goede balans ontstaat tussen ontdekken, actief bezig zijn, natuur, dieren, water en vooral ook lekker samen genieten van de reis.
Veel mensen denken bij Italië direct aan pizza en pasta, maar de keuken is per regio totaal verschillend. Hoe zou jij de authentieke keuken van het ‘diepe zuiden’ (zoals Sicilië en Puglia) omschrijven? Zijn er specifieke (duurzame) food-ervaringen die reizigers absoluut niet mogen missen?
Hahaha, heb je even? Dit is voor mij een onderwerp waar ik uren over kan praten!
Wat ik zo geweldig vind aan de keuken van Zuid Italië, is dat je de geschiedenis van de regio letterlijk op je bord terugvindt. Het is absoluut niet alleen maar pizza en pasta. Zuid Italië is eeuwenlang een kruispunt geweest van beschavingen, handelsroutes en veroveringen en al die invloeden hebben hun sporen nagelaten in de keuken.
Sicilië is misschien wel het mooiste voorbeeld. Je proeft daar de Griekse, Arabische, Normandische, Spaanse en andere mediterrane invloeden naast elkaar. Neem couscous. Bij ons denken mensen bij couscous misschien meteen aan Noord Afrika, maar in het westen van Sicilië, rond Trapani, is cous cous di pesce een heel traditioneel gerecht. Dat is geen toevallige overeenkomst. De Arabische invloed op Sicilië is eeuwenoud en nog steeds onderdeel van de cultuur en gastronomie van het eiland.
Ook ingrediënten die wij tegenwoordig heel Italiaans vinden, vertellen soms een veel internationaler verhaal. Citrusvruchten, amandelen, pistachenoten, aubergines, specerijen en bepaalde bereidingswijzen zijn verbonden met de Arabische en mediterrane geschiedenis van Sicilië. En dan heb je natuurlijk de enorme rijkdom aan vis, olijfolie, groenten, granen en wijn.
Maar ik vind het juist interessant om ook verder te kijken. In Napels bijvoorbeeld gaat het natuurlijk niet alleen over pizza. De keuken van Campanië is een geweldige weerspiegeling van de geschiedenis van Napels als internationale havenstad en hoofdstad van verschillende koninkrijken. Je ziet daar invloeden uit Spanje, Frankrijk en de bredere mediterrane wereld terug. Denk bijvoorbeeld aan gerechten waarin zoet en hartig worden gecombineerd, aan gevulde groenten, visgerechten en allerlei bereidingen die hun oorsprong hebben in de rijke geschiedenis van de stad en de regio.
En dan Puglia. Daar proef je weer een heel ander Zuid Italië. Orecchiette natuurlijk, maar ook focaccia, verse groenten, peulvruchten, vis, zeevruchten, olijfolie en al die fantastische producten die rechtstreeks uit het landschap komen. Het mooie vind ik dat je daar nog zoveel kleine producenten en familiebedrijven hebt die hun producten en kennis van generatie op generatie doorgeven.
Dat is voor mij ook de duurzame kant van gastronomie. Niet alleen kijken naar wat er op je bord ligt, maar naar de hele keten erachter. Wie heeft het verbouwd? Wie maakt het? Wie verdient eraan? Welke kennis en traditie blijft daardoor bestaan?
Als je op die manier door Zuid Italië reist, ontdek je eigenlijk een eetbare geschiedenisles. Je reist van Griekse en Arabische invloeden op Sicilië naar Spaanse en Franse invloeden in Campanië en Napels en vervolgens naar de eeuwenoude landbouwtradities van Puglia. En ondertussen eet en drink je natuurlijk fantastisch.


Is er een regio binnen jullie Italiaanse aanbod waarvan jij vindt dat die nog veel meer bezoekers zou verdienen? Wat maakt die plek zo bijzonder?
Le Marche zou ik meteen noemen. Het is een regio die nog steeds een beetje onder de radar blijft, zeker wanneer je haar vergelijkt met Toscane. Je vindt er prachtige heuvelachtige landschappen, historische dorpen, renaissance, gastronomie en een mooie combinatie van bergen en kust. Urbino is daar een fantastisch voorbeeld van, maar juist de kleinere plaatsen en het landschap vind ik zo aantrekkelijk.
Het past ook heel goed bij Low Carbon Travels. Je kunt er rustig rondrijden, verblijven op bijzondere landgoederen en agriturismo’s en onderweg kleine plaatsen ontdekken. Ik zou Le Marche omschrijven als een stukje Italië waar je dezelfde enorme culturele rijkdom vindt, maar op veel plekken met veel minder drukte.
Steeds meer reizigers willen hun vakantie volledig op maat laten samenstellen. Hoe gaan jullie te werk wanneer iemand aanklopt met alleen een globale wens voor een duurzame reis door Italië? Hoe ziet jullie werkwijze er stap voor stap uit?
Het begint bij ons met luisteren. Ik wil eerst weten wat iemand belangrijk vindt. Cultuur, natuur, gastronomie, rust, wandelen, strand, luxe of juist een combinatie? Hoeveel willen ze reizen en hoe belangrijk is de trein? Daarna kijken we naar de praktische kant: vertrekperiode, reisduur, aantal reizigers en budget. Op basis daarvan bepalen we welke regio of combinatie van regio’s logisch is.
Vervolgens bouwen we de route. We kijken naar de treinreis, de eventuele ferry, de elektrische huurauto, laadmogelijkheden, accommodaties en activiteiten. Daarna controleren we of alles ook als geheel klopt. Niet alleen qua afstand, maar vooral ook qua tempo. Een prachtige accommodatie die je vier uur om laat rijden, is misschien helemaal niet de beste keuze.
Wat ik zelf daarbij heel belangrijk vind, is dat ik ook mijn eigen kijk en enthousiasme met een klant kan delen. Als ik ergens zelf ontzettend enthousiast over ben, of een bepaalde plek, accommodatie, restaurant of activiteit echt bijzonder vind, dan wil ik dat ook kunnen zeggen. Ik vind het juist leuk om mijn persoonlijke ervaringen en mijn passie voor Italië mee te geven in een reisvoorstel. Je merkt dat klanten dat vaak enorm waarderen. Het maakt een voorstel veel persoonlijker en geeft ze het gevoel dat er echt iemand met kennis en liefde naar hun reis heeft gekeken.
Misschien speelt mijn Italiaanse achtergrond daar ook wel een rol in. Klanten denken soms heel terecht: als jij Italiaans bent, dan zul je waarschijnlijk ook de beste adressen kennen. Hahaha. En daar zit natuurlijk ook wel wat in. Ik ken Italië niet alleen uit reisgidsen, maar ook vanuit mijn eigen achtergrond, ervaringen en netwerk. Die kennis delen is voor mij een belangrijk onderdeel van de meerwaarde die we bieden.
Daarna krijgt de klant een persoonlijk voorstel. Daar kunnen we nog mee schuiven en finetunen totdat het echt klopt. En juist doordat we gedurende dat proces veel contact hebben en onze eigen kennis en ideeën kunnen delen, ontstaat er vaak een veel sterkere band. De klant krijgt niet alleen een reisvoorstel, maar leert ook een beetje de persoon achter de reis kennen. Dat schept vertrouwen.
Dat persoonlijke afstemmen is voor mij uiteindelijk heel belangrijk. We verkopen niet alleen losse onderdelen. We willen een reis maken die voelt alsof hij voor die specifieke klant is ontworpen, met een route die klopt én met adressen en ervaringen waarvan wij zelf denken: ja, hier zou ik iemand echt naartoe willen sturen.
Jullie geven aan dat duurzaamheid en luxe perfect samengaan. Is het mogelijk om een rondreis door Italië te maken met uitsluitend ultra-luxe accommodaties, bijvoorbeeld landgoederen met topservice of fine-dining? Hoe zou zo’n reis eruit kunnen zien?
Absoluut. En eigenlijk is Italië daarvoor een heel mooi land, omdat duurzaamheid er in veel opzichten al eeuwen onderdeel is van de manier waarop mensen met hun omgeving omgaan. Denk aan historische landgoederen die generaties lang worden onderhouden, lokale en seizoensgebonden producten, ambachtelijke voedselproductie en het gebruik van wat een streek zelf voortbrengt. Italianen zijn van oudsher sterk verbonden met hun land, hun producten en hun lokale tradities. Dat bewustzijn zie je vandaag de dag nog steeds terug.
Duurzaam betekent voor mij dan ook niet eenvoudig of sober. Het gaat erom dat je bewust kiest voor kwaliteit, voor bijzondere plekken en voor ervaringen die echt iets toevoegen aan een reis. En juist daarin kunnen duurzaamheid en luxe heel mooi samengaan.
Je kunt bijvoorbeeld een zeer luxe rondreis door Piemonte samenstellen met historische landgoederen, kleinschalige boutique hotels, uitstekende restaurants, wijnhuizen en truffelervaringen. Of denk aan een route door Toscane en Le Marche, met prachtige tenute, gecombineerd met Florence, Urbino en bijzondere gastronomische ervaringen. Op Sicilië kun je weer kiezen voor historische palazzi, voormalige adellijke residenties en bijzondere familiehotels, en daar gastronomie, wijn, cultuur en een paar dagen aan de kust aan koppelen.
Ik heb dat zelf nog heel recent ervaren tijdens een reis door Emilia Romagna, afgelopen september. Daar zat voor mij alles in wat ik onder duurzame luxe versta. We ontdekten de regio op een heel actieve manier, met als hoogtepunt drie dagen fietsen op de modernste elektrische mountainbikes door de heuvels rond Modena. Onderweg maakten we allerlei stops bij kleine lokale ondernemingen, bijvoorbeeld bij producenten van traditionele aceto balsamico. Dat zijn ervaringen die je veel dichter bij een streek en haar mensen brengen dan wanneer je alleen van het ene luxe hotel naar het andere rijdt.
En tegelijkertijd kan zo’n reis eindigen met iets dat pure luxe is. In mijn geval was dat met een begeleid bezoek aan het Ferrari Museum en vervolgens een diner bij een van de beroemdste chefs ter wereld, Massimo Bottura, in zijn driesterrenrestaurant. Dat zijn misschien twee totaal verschillende werelden, maar juist die combinatie maakt een reis voor mij interessant.
Luxe en kleinschaligheid kunnen bovendien heel goed samengaan. Een hotel met vijftien kamers kan veel persoonlijker en exclusiever zijn dan een groot vijfsterrenhotel. Je krijgt er vaak meer aandacht, meer contact met de eigenaar en veel meer gevoel voor de plek waar je verblijft.
Voor mij betekent duurzame luxe daarom absoluut niet minder luxe. Het betekent juist kiezen voor kwaliteit, karakter, persoonlijke service en bijzondere ervaringen. Luxe waarbij je niet alleen geniet van waar je verblijft, maar ook van de streek, de mensen, de gastronomie en het landschap eromheen.
Hoe staan de lokale Italianen over het algemeen tegenover buitenlandse reizigers, zeker nu duurzaam toerisme steeds belangrijker wordt? Wat merken jullie reizigers daarvan terug in de praktijk, bijvoorbeeld bij de eigenaren van de landgoederen?
Wat mij vooral opvalt, is hoe persoonlijk het contact wordt wanneer je niet in een groot resort verblijft. Bij veel accommodaties die wij selecteren zijn de eigenaren of families nog heel nauw betrokken bij het verblijf. Ze vertellen over het huis, de geschiedenis, de olijfbomen, het eten of hun familie. Je wordt daar vaak echt als gast ontvangen en niet alleen als klant.
Nederlanders zijn daarbij in Italië over het algemeen zeer graag geziene gasten. Ze staan bekend als nieuwsgierige en geïnteresseerde reizigers, die vaak bewust kiezen voor kwaliteit en graag iets van de streek willen ontdekken. Dat merk je ook in het contact met lokale ondernemers. Natuurlijk is iedere gast anders, maar er is vaak snel een open en prettig contact.
Bij veel van onze accommodaties ontstaat daardoor vanzelf een gesprek over hoe de eigenaren met hun omgeving omgaan. Denk aan eigen producten, lokale leveranciers, watergebruik, energie, het behoud van historische gebouwen of het landschap rondom het landgoed. Dat zijn geen onderwerpen die je per se met een grote hotelketen bespreekt, maar juist wel wanneer je bij een familiebedrijf of op een historisch landgoed verblijft.
Ik merk dat veel Italianen het bovendien enorm waarderen wanneer reizigers belangstelling hebben voor hun streek en niet alleen komen voor een foto van een bekende bezienswaardigheid. Als je vraagt waar de olijfolie vandaan komt, wie de wijn maakt of waarom een bepaald gerecht juist daar wordt gegeten, dan gaat er vaak een hele wereld voor je open.
En dat is ook precies waarom ik zo graag met lokale ondernemers werk. Je krijgt een veel persoonlijkere reiservaring, je leert de plek echt kennen en tegelijkertijd gaat een groter deel van de waarde van het toerisme naar de mensen en bedrijven die daar daadwerkelijk wonen en werken. Dat vind ik een heel mooie vorm van reizen.
Bij het boeken van een reis speelt vertrouwen natuurlijk een grote rol. Mensen lezen graag ervaringen en reviews voordat ze een keuze maken. Zijn er op jullie website reviews of ervaringen met Low Carbon Travels te vinden, zodat reizigers zelf kunnen ontdekken hoe betrouwbaar Low Carbon Travels is? Of zijn deze bijvoorbeeld via andere platforms terug te vinden?
Ja, we vinden ervaringen van klanten heel belangrijk. Reizigers mogen en moeten wat mij betreft kritisch kijken naar een reisorganisatie voordat ze boeken. Uiteindelijk wil je niet alleen weten wat een organisatie zelf over haar reizen vertelt, maar vooral ook hoe klanten die reizen daadwerkelijk hebben ervaren.
Onze website wordt momenteel vernieuwd. Op de nieuwe website zullen we een selectie van klantreviews opnemen, zodat nieuwe reizigers daar een goed beeld van krijgen. Alle reviews zijn daarnaast online te vinden via Google.
Naast die ervaringen vind ik het belangrijk om te noemen dat we als reisorganisatie zijn aangesloten bij de ANVR en het GGTO. Dat zijn voor mij belangrijke onderdelen van vertrouwen en professionaliteit. Het laat zien dat je als klant met een georganiseerde en professionele reisorganisatie te maken hebt.
Maar nog belangrijker: klanten weten dat ze ons ook daadwerkelijk kunnen bereiken. Wij zijn geen organisatie waarbij je na het boeken een automatische bevestigingsmail krijgt en het contact daarna grotendeels ophoudt. Wij blijven bereikbaar, ook tijdens de reis, en bieden 24/7 ondersteuning wanneer dat nodig is.
Want een reis kan altijd anders lopen dan gepland. Een trein kan vertraging hebben, een huurauto kan een probleem geven of er kan ter plekke iets onverwachts gebeuren. Op zo’n moment wil ik dat een klant weet: er zit een echt mens achter deze reisorganisatie die meedenkt, bereikbaar is en helpt om het op te lossen.
Waar wil je met je bedrijf staan over grofweg 5 jaar? Zijn er bijvoorbeeld nog Europese bestemmingen of nieuwe Train&Drive routes die je toe wilt voegen?
Ik wil dat Low Carbon Travels over vijf jaar een veel grotere naam is in het segment van comfortabele, bewust samengestelde rondreizen binnen Europa, zonder dat we daarbij onze persoonlijke aanpak verliezen. Juist dat persoonlijke contact en het gevoel dat er echt iemand achter de reisorganisatie zit die met je meedenkt, bereikbaar is en je helpt als er iets gebeurt, wil ik absoluut behouden, ook als we groeien.
Italië blijft daarbij een heel belangrijke pijler. Tegelijkertijd willen we verder groeien in onder andere Spanje, Frankrijk, Denemarken en Zwitserland. Een deel daarvan bieden we nu al via partners aan, maar ik zie daar nog ontzettend veel mogelijkheden voor nieuwe Train&Drive-routes. Zeker in combinatie met de trein en een elektrische huurauto kun je in die landen prachtige rondreizen samenstellen die heel anders zijn dan de klassieke fly & drive.
Daarnaast werken we met Low Carbon Travels nauw samen met mijn andere reisbedrijf, Choo-Choo. Waar Low Carbon Travels zich richt op de complete reis, ligt bij Choo-Choo de focus op het internationale treinvervoer. Choo-Choo maakt internationale treintickets en treinreizen eenvoudiger boekbaar voor zowel consumenten als reisprofessionals.
Ook daar zie ik de komende jaren enorm veel groeimogelijkheden. Mijn ambitie is dat Choo-Choo over vijf jaar een van de toonaangevende spelers in Europa is als het gaat om het boeken en samenstellen van internationale treinreizen. Niet alleen vanuit Nederland, maar juist vanuit heel Europa. De trein kent natuurlijk geen grenzen en wij willen dat reizigers en reisprofessionals diezelfde vrijheid ook online ervaren: eenvoudig een treinreis door Europa kunnen samenstellen en boeken, ongeacht waar je vertrekpunt ligt.
Voor mij versterken die twee bedrijven elkaar dus heel mooi. Met Low Carbon Travels willen we laten zien hoe aantrekkelijk een comfortabele reis door Europa zonder vliegtuig kan zijn, terwijl we met Choo-Choo ervoor zorgen dat het internationale treinvervoer daarachter steeds makkelijker toegankelijk en boekbaar wordt.
Ben je zelf eigenlijk een fanatieke reiziger? En zo ja, wat is je mooiste reis-ervaring tot nu toe?
Nou en of! Ik ben echt een fanatieke reiziger. Als ik het afgelopen jaar dertig dagen thuis ben geweest, vind ik dat eigenlijk al best veel. Hahaha. Ik ben regelmatig onderweg en soms word ik ’s ochtends wakker en moet ik even bedenken waar ik ook alweer ben. Ik zou eerlijk gezegd niet zonder reizen kunnen.
Binnen Europa reis ik het liefst met de trein. Ik vind het heerlijk om overdag door het landschap te reizen en onderweg te zien hoe Europa langzaam verandert. En ik moet toegeven: ik heb een zwak voor nachttreinen. ’s Avonds instappen, lekker slapen en de volgende ochtend ergens heel anders wakker worden, vind ik nog steeds iets bijzonders hebben.
Het vliegtuig gebruik ik eigenlijk alleen wanneer het echt niet anders kan. Tegelijkertijd vind ik het juist ontzettend belangrijk om ook verre reizen te maken. Nieuwe culturen leren kennen, andere gewoontes ontdekken en jezelf onderdompelen in een totaal andere wereld verruimt je blik enorm. Dat verrijkt niet alleen je leven, maar ook je werk. Je wordt nieuwsgieriger, kijkt anders naar dingen en neemt die ervaringen weer mee in hoe je zelf reizen samenstelt.
Dat reizen is eigenlijk pas echt begonnen toen ik vanuit Sardinië naar Nederland verhuisde. In mijn jeugd had ik nog nauwelijks iets van de wereld gezien. Mijn enige reiservaring buiten Sardinië was een zomerkamp in de Italiaanse Dolomieten. Eenmaal in Nederland kreeg ik de reisbug echter behoorlijk te pakken en die is eigenlijk nooit meer weggegaan.
Ik heb inmiddels ontzettend veel bijzondere reizen mogen maken, dus één mooiste ervaring kiezen vind ik lastig. Maar een van de meest indrukwekkende reizen die me altijd is bijgebleven, was een 40-daagse rondreis door zuidelijk Afrika met een internationale groep. We legden met een truck en tentjes meer dan 5.000 kilometer af door Zuid-Afrika, Namibië, Botswana en Angola. Dat was echt een avontuur in de meest letterlijke zin van het woord. Kamperen, lange afstanden, prachtige landschappen, wildlife, onverwachte ontmoetingen en iedere dag weer iets nieuws. Een reis om nooit te vergeten.

En over een paar dagen vertrek ik alweer naar Tanzania voor een safari, samen met een deel van mijn familie. Dat wordt waarschijnlijk een iets minder ruig avontuur dan die reis door Afrika destijds, maar ik heb er ontzettend veel zin in. Het mooie van reizen vind ik dat het zoveel verschillende verlangens kan vervullen. Soms zoek je avontuur, soms rust, soms cultuur, soms natuur en soms gewoon het gevoel dat je even helemaal ergens anders bent.
Reizen heeft mij gevormd en het is ook een belangrijk onderdeel van wie ik ben als ondernemer. Ik wil niet alleen reizen voor mijn werk organiseren, ik wil de wereld zelf blijven ontdekken. Juist daardoor blijf ik nieuwsgierig en kan ik die ervaringen en dat enthousiasme ook weer doorgeven aan mijn klanten. Reizen vervult voor mij gewoon ontzettend veel. Ik zou het echt niet kunnen missen.
Hoe zie je de toekomst van duurzaam reizen en ecotoerisme? Denk je dat er in de (nabije) toekomst veel zal veranderen in de manier waarop we binnen Europa op vakantie gaan?
Ik denk dat er zeker veel gaat veranderen, maar ik hoop vooral dat we duurzaamheid steeds minder als een apart thema gaan zien. Voor mij zou het normaal moeten worden om bij het boeken van een reis automatisch na te denken over de manier waarop je reist, waar je verblijft en welke impact je keuzes hebben.
De trein gaat daarin een steeds belangrijkere rol spelen binnen Europa. Niet alleen omdat mensen minder willen vliegen, maar ook omdat treinreizen een heel andere reiservaring biedt.
Daarnaast verwacht ik dat elektrische mobiliteit steeds normaler wordt voor rondreizen. De techniek ontwikkelt zich snel en het laadnetwerk wordt steeds beter. Maar ik denk ook dat de grootste verandering zit in tempo. Misschien gaan we minder bestemmingen in één vakantie proberen te stoppen en kiezen we vaker voor een paar goede plekken waar we langer blijven.
Heb je een suggestie voor welke reis-ondernemer ik een volgende keer kan vragen voor deze rubriek?
Ik nomineer graag Silvie Sweegers van Tiara Tours 😉! Redactie: Silvie had ik toevallig al eens geïnterviewd; je vindt het gesprek met haar hier.
Dank je wel Manuela; heel leuk dat je wat meer over je reisorganisatie wilde vertellen! Is je interesse gewekt en wil je meer weten over de mogelijkheden die Low Carbon Travels biedt op het gebied van duurzamere (trein)rondreizen in Italië? Bezoek dan haar website lowcarbontravels.nl. Haar reisorganisatie is ook te vinden op Facebook en Instagram.
Een compleet overzicht van alle reisorganisaties op vakantie-rondreizen vind je onder reisorganisaties. Bekijk ook het overzicht van alle bestemmingen in Europa. Meer van dit soort interviews met (gespecialiseerde) en vaak kleinschalige reisorganisaties vind je op de blog-pagina.

Op vakantie-rondreizen.nl laat ik graag de reis-ondernemers áchter de diverse reisorganisaties aan het woord. Als 79ste in deze serie van interviews is het de...

De Kampeer & Caravan Jaarbeurs in Utrecht is het grootste evenement in Nederland waar fabrikanten en dealers hun nieuwste rollend materieel en tenten prese...